Leiweg 5c
5386 KR  Geffen
T:  06 - 20 43 16 10
E:  info@ecopoll.nl 
                      1366052197 facebook 

Openingstijden

Vrijdag en zaterdag
van 11.00 - 16.00

Tevens op afspraak

Imkerij - Bijenmuseum EcoPoll®

Bestuiving / Bijenteelt / Bijenproducten

Welkom op de website van Imkerij EcoPoll® in Geffen bij Oss.

Op deze site kunt u veel informatie vinden over onze imkerij, de honingbij, de bestuiving door de honingbij, bijenproducten en bijenteelt. Indien u vragen heeft, producten en/of imkermaterialen wilt kopen of bijenvolken wilt inzetten voor de bestuiving van gewassen onder glas of het openveld kunt u via telefoon of via mail contact met ons opnemen.

De nieuwe EcoPoll® Spaarkast!

spaarkast

 

Bezoek aan de imkerij in Brabant

Uiteraard kunt u bij ons ook terecht voor een bezoek aan onze imkerij. Jaarlijks ontvangen we vele groepen mensen en schoolklassen om inzicht te geven in alles wat te maken heeft met de honingbij en haar leefomgeving. Naast de informatie kunt u natuurlijk ook de bijen zien en desgewenst aanraken.

Daarnaast kunt u ook alles wat met de bijen te maken heeft, zoals de gereedschappen (zoals o.a. beitel, pak en beroker), de machines (slinger, roermachine en afvulmachine voor de honingpotjes) en verschillende soorten bijenkasten bekijken.

Wij wensen u veel plezier op onze website, die met regelmaat zal worden bijgewerkt en zien u graag een keer op onze imkerij in Geffen.

Met vriendelijke groet, Thea en Robert 

Bijen en bestuiving

Bloei, bestuiving en bevruchting spelen een essentiële rol bij de vorming van vruchten. De omstandigheden waaronder deze processen verlopen vormen mede de basis voor de fruitoogst. De fruitteler kan maatregelen nemen waardoor bestuiving en vruchtzetting een optimale kans van slagen krijgen. De aanplant van voldoende bomen van elkaar goed bestuivende rassen en de juiste teeltmaatregelen zijn belangrijke aandachtspunten. De bestuiving kan verbeterd worden door de inzet van bijenvolken. Appelbloemen zijn ingericht om bestuivende insecten te lokken.

Bestuiving en bevruchting van uw gewassen

Stuifmeel wordt gevormd in de helmknoppen van de meeldraden. Als de helmknoppen rijp zijn komt het stuifmeel vrij. Bestuiving is het overbrengen van stuifmeel van de meeldraden naar het kleverige stempeloppervlak van de stamper. Voordat de bevruchting plaats kan vinden moet de pollenbuis, die uit de stuifmeelkorrel groeit, door de stijl van de stamper naar het vruchtbeginsel groeien. Uit de stuifmeelbuis komen 2 mannelijke geslachtscelkernen; één versmelt met de eicel tot het embryo of de kiem. De tweede celkern versmelt met 2 poolkernen tot het endosperm dat het reservevoedsel vormt in het zaad. Het gehele vruchtbeginsel groeit uit tot vrucht.

Het bestuivingsproces

Voor bestuiving zijn planten afhankelijk van wind, water of dieren. Wind en dieren zijn het belangrijkst, en van de dieren veruit de insecten. Bij een aantal planten zoals grassen en hazelaar zijn de bloemen speciaal ingericht voor bestuiving met behulp van wind. Kenmerkend voor deze bloemen is dat ze weinig kleur hebben en geen of weinig nectar produceren. Verder hebben ze een groot stempeloppervlak en produceren ze veel stuifmeel dat licht van gewicht is. Door die manier van transport komt de naam stuifmeel hier het meest tot zijn recht.

Bloemen die zijn ingericht voor de bestuiving door insecten hebben de volgende kenmerken:

  • Ze zijn vaak groot of hebben grote bloeiwijzen en zijn rijk van kleur;
  • Ze produceren meestal nectar en geurstoffen;
  • Ze produceren minder stuifmeel dan bloemen die afhankelijk zijn van windbestuiving;
  • Ze bezitten stuifmeel dat gemakkelijk plakkerig gemaakt kan worden of al plakkerig is.

Bloemen van fruitteeltgewassen zijn ingericht voor insectenbestuiving. De grens tussen windbestuiving en insectenbestuiving is niet altijd scherp te trekken. Wind kan ook een bijdrage leveren aan de bestuiving van fruit.

Kruisbestuiving en zelfbestuiving

De meeste appelrassen hebben kruisbestuiving nodig; het stuifmeel van een ander ras is nodig voor een goede vruchtzetting. Voor kruisbestuiving is een gemengde aanplant van elkaar bestuivende rassen nodig. Zelfbestuiving is bestuiving binnen één plant. Omdat bij fruit alle bomen van een ras erfelijk gelijk zijn (allemaal enten van éénzelfde oorsprongsboom), kun je ook bestuiving van een buurboom van hetzelfde ras zelfbestuiving noemen. Ook de grens tussen kruisbestuiver en zelfbestuiver is niet altijd even duidelijk. ‘Golden Delicious’ is onder normale omstandigheden een kruisbestuiver. Bij warm weer tijdens de bloei wordt het echter een zelfbestuiver. Honingbij op perenbloem, de nectar van deze bloemen bevat slechts 10 tot 20% suikers, bij appel is dat ongeveer 45%. Perenbloemen leveren wel veel stuifmeel.

Factoren die invloed hebben op de bestuiving

Wanneer er onvoldoende bomen van elkaar bestuivende rassen geplant zijn, kan er te weinig ‘vreemd’ stuifmeel aanwezig zijn. Tenminste 10% van de aanplant dient te bestaan uit bestuivende rassen. De bloeitijden van de productierassen en de bestuivende rassen moeten voldoende samenvallen. De kiemkracht van het stuifmeel is niet van alle rassen even groot. Stuifmeel van triploïde rassen zoals het appelras ‘Schone van Boskoop’ is niet of nauwelijks kiemkrachtig. De aanplant van extra bestuivende rassen is dan noodzakelijk. Het weer speelt in de bloeitijd een grote rol. Bij regen verdwijnt al het stuifmeel uit de lucht, door lage temperaturen wordt het proces van bloei, bestuiving en vruchtzetting sterk afgeremd.

Inzet van de honingbij voor de bestuiving

Wij verzorgen vanuit onze imkerij de bestuiving van tal van producten,oa: rode bessen, bramen, framboos, aardbei, courgette, aubergine, appel en peer. Bijenvolken die worden geplaatst voldoen aan de daaraan gestelde eisen, zodat de bestuiving prima verloopt. We kijken de bijen in bepaalde drachten tijdens de bestuiving regelmatig na, zodat ook zeker is dat ze de prestatie blijven leveren die van hen wordt verwacht. Hoewel een bij van nature vriendelijk en rustig is werken wij voor de bestuiving met de Buckfastbij, omdat deze uitermate vriendelijk is komt het zelden voor dat personeel in de kas of in het open veld last heeft van een bij.

De honingbij

Honingbijen behoren, samen met de hommels, wespen en mieren, tot de vliesvleugelige insecten. Net als de hommels en mieren en een aantal wespensoorten, zijn het sociale insecten, dat wil zeggen dat ze in kolonies leven. Het onderscheid tussen honingbijen, hommels en wespen is niet voor iedereen altijd even duidelijk. De meestal donker gekleurde, dikke, behaarde zoemers die in de zomer van bloem tot bloem vliegen zijn hommels. Wespen zijn overwegend geel met een zwarte tekening op het slanke, onbehaarde achterlijf en zijn herkenbaar aan de duidelijk zichtbare ‘wespentaille’. Ze komen vooral in de nazomer in grote aantallen voor en zijn tijdens hun zoektocht naar alles wat zoet is veel hinderlijker dan hommels en honingbijen. Bijen zijn kleiner dan hommels, ook donker gekleurd, soms met lichtere strepen en licht behaard. Ze komen niet zoals wespen op zoetigheid af, maar beperken zich tot bloemen.

De Buckfast Bij als honingbij

Op abdijen en kloosters was het in het verleden gebruikelijk dat er bijen werden gehouden. De monnikken voorzagen in hun onderhoud door het verbouwen van diverse produkten en de verkoop ervan. Honing was er daar één van. Vanaf 1915 tot 1922 stierf in Engeland de gehele populatie inlandse zwarte bijen uit tengevolge van de tracheëm-mijt. Broeder Adam, de abdij-imker van de Buckfast Abbey, ontdekte dat kruisingen van de Engelse inlandse zwarte bij met de Italiaanse bij ongevoelig waren voor deze tracheemijtziekte. Zo ontstond de Buckfast op de Buckfast Abbey in Zuid-West Engeland, broeder Adam reisde door Europa en Afrika op zoek naar betere bijen. Zijn ideaal was een bij te telen die met weinig inspanning van imkerszijde veel honing op kon brengen. Hij besefte dat de ideale bij alleen verkregen kon worden door verschillende rassen met elkaar te kruisen. Na zo'n 70 jaren telen, kruisen en selekteren heeft dat geresulteerd in de Buckfast bij.

De bijen die wij houden is de Buckfast bij. Onder de bijenteelt is te vinden hoe wij daarmee omgaan en hoe goed Buckfastmateriaal bij ons verkregen kan worden.

Een deel van onze bijen wordt ingezet voor de bestuiving van allerlei gewassen, zowel in volle grond als in kassen en of tunnels. Onder bestuiving kunt u terugvinden hoe wij de bestuiving voor u kunnen verzorgen.

Informatie over bijen

Wist je dat:

  • een bij zijn vleugels meer dan 160 keer per seconde slaat?
  • een bij 300× zijn eigen gewicht kan optillen?
  • als je jezelf met een bij wilt vergelijken, je 25.000 kilo moet tillen?
  • honingbijen haartjes hebben op hun ogen?
  • bijen 3 kleine oogjes boven hun kop en 2 grote ogen voor hun kop hebben?
  • een bij 4.000 bloemen moet langsgaan om 1 eetlepel honing te maken?
  • sommige honingbijen 5.500 lenzen in één oog kunnen hebben?
  • honingbijen soms wel stuifmeel van 500 bloemen verzamelen, allemaal van dezelfde soort, in één keer?
  • een bij de kleur groen, blauw en ultraviolet ziet en dat rood op zwart lijkt voor hem?
  • een bijenvolk in de zomer ca. 60.000 bijen bevat?
  • een koningin 5 jaar en een zomerbij 6 à 7 weken oud kan worden?
  • een winterbij ± 6 maanden oud kan worden?
  • een koningin in het hoogseizoen ± 2.000 tot 3.000 eitjes per dag legt?
  • een werkbij wel 35 maal per dag uitvliegt om nectar en/of stuifmeel te halen?
  • ze loodrecht kunnen stijgen?
  • ze kunnen vliegen met een snelheid van ± 40 km per uur?
  • ze nectar en stuifmeel halen binnen een straal van 3 km van hun woning?
  • bijen voor het verzamelen van 1 kg honing een afstand afleggen van 40 tot 50.000 km? (dat is één keer rond de aarde)
  • het verzamelen van 1 kg honing ruim 100 bijen het leven kost?
  • een bijenvolk per jaar ongeveer 20 kg pollen, 120 kg nectar, 25 liter water en ongeveer 100g propolis verzamelt?
  • voor de teelt van één bij 130 mg pollen nodig zijn?
  • er elke zomer per volk ongeveer 150.000 nieuwe bijen worden geboren?
  • bijen warmte produceren door het bewegen van hun vleugelspieren?
  • bijen in de winter een compacte tros vormen?
  • deze tros bij een buitentemperatuur van -30 graden Celsius nog +10 graden Celsius bedraagt?

Imkerij Brabant, Ecopoll® in Geffen

Over ons

De start van een imkerij in Brabant. In 1998 hebben we onze eerste bijen aangeschaft bij Piet Heselmans in Roosendaal. Dat was ook onze eerste kennismaking met deze nieuwe hobby. We hebben altijd wel interesse in de natuur gehad en zijn ook graag in de tuin aan het werk. In de loop van de jaren is het aantal bijenvolken steeds verder gegroeid. Nu hebben we gemiddeld 200 tot 300 bijenvolken die ingezet worden voor de bestuiving van gewassen en productie van honing. Deze staan op dertien bijenstanden verspreid over Brabant. Daarmee zijn we één van de grotere imkers in Zuid-Nederland.

Ecopoll®, één van de grotere imkers in Zuid-Nederland.

De gezamenlijke hobby groeide uit tot een familiebedrijf dat in 2007 de naam Ecopoll® kreeg, wat staat voor natuurlijke (Eco) bestuiving (pollination). De honing die de bijen van Ecopoll® produceren wordt deels thuis verkocht en deels via winkels en fruittelers. Met onze bijen verzorgen we verspreid over heel Brabant voor diverse bedrijven de bestuiving. Imkerij Ecopoll® is de afgelopen jaren steeds groter en professioneler geworden. Nieuwe, moderne materialen horen daar ook bij.

Bijenteeltmuseum - Imkerij Ecopoll®

Met het openen van ons nieuwe pand in 2013 werden de bestaande activiteiten uitgebreid met een pand in de vorm van bijenraat. Zes cellen in een rondje leverde de basis voor ons nieuwe onderkomen. In het pand is een groot bijenteeltmuseum gevestigd wat is opgebouwd uit drie collecties van eerder in Nederland gestopte musea. Het pand wordt verder ingezet voor lezingen, workshops en rondleidingen. Natuurlijk ontbreken de imkeropleidingen niet. In het pand is ook onze moderne imkerij gevestigd. Dit alles is te bezoeken tijdens openingstijden of op afspraak.

Heeft u vragen, neem contact op met Bijenteeltmuseum - Imkerij Ecopoll® in Brabant.

 

 

 

 

 

 

 

Ecopoll Tweets